De Sociëteit

Societeitkopie
” Wat zouden wij als N.S.U. zijn zonder Sociëteit? Het is een plek waar de leden zich thuis voelen. Een plek in het hartsie van de stad op Boothstraat nummer 10. Een plek waar voor gebed net zo goed ruimte wordt gemaakt als voor een goede borrel. We zijn dankbaar dat wij een dergelijk historisch pand mogen gebruiken voor ons mooie verenigingsleven. “

GESCHIEDENIS VAN DE SOCIËTEIT

De Boothstraat is in de 17e eeuw aangelegd als verbinding tussen het Janskerkhof en de Voorstraat, op kosten van de Utrechtse Vroedschap. De grond was daarvoor beschikbaar gesteld door de oud-burgemeester C. Booth, die het terrein in 1658 van mr. Marten van Sijpestein had aangekocht. Ten behoeve van de aansluiting op het Janskerkhof moest tevens een gedeelte van de bestaande woning van baron Van Reede van Drakenstein worden gesloopt, reeds in het bezit van zijn familie sinds 1100. De eerste bestrating van de Boothstraat bestond uit “Vlaamsche keizelsteenen”. Na aanleg van de straat werden de percelen aan weerszijden door burgemeester Booth verkaveld tot royale bouwpercelen voor grote huizen.

Het gebouw waarin nu De Sociëteit is gevestigd, is omstreeks 1660 gebouwd, als een van de 17e-eeuwse herenhuizen aan de Boothstraat. Hoewel er in de 19e en met name in de 20e eeuw aanmerkelijk verbouwd is, zijn de structuur, een groot deel van de draagconstructie en de kap vrijwel intact gebleven.

Voorgevel

De voorgevel is een symmetrische bakstenen lijstgevel (ca. 1660) ten breedte van vijf vensterassen; de voordeur bevindt zich in de middenas. Aan de linkerzijde van de deur bevinden zich in de plint twee keldervensters. De vensters op de begane grond en de eerste verdieping hebben een vroeg 19e-eeuwse detaillering. Mogelijk zijn het verbouwde 17e-eeuwse kruiskozijnen. De dakkapellen van de zolder dateren in elk geval uit de 17e eeuw. In de oorspronkelijke vorm waren deze dakkapellen met luiken afgesloten. De stoep had in zijn vroege vorm ijzeren hekken, waarvan de aansluitingen nog in de gevel herkenbaar zijn.

Achtergevel De begane grond van de achtergevel is gesloopt, teneinde een verbinding te maken de nieuwe aanbouw en de bestaande constructie (plm. 1988). Op de verdieping bevinden zich vijf 19e-eeuwse schuifvensters. De kozijnen zijn van ca. 1660. Bij de vroeg-19-eeuwse verbouwing zijn ze naar onderen toe verlengd. De aangebouwde wc’s dateren ook uit die periode. De ankers en sierankers boven de vensters wijzen erop dat de zoldervloer uit moer- en kinderbalken bestaat. De twee dakkapellen aan de achtergevel dateren in opzet uit de bouwtijd, maar zijn naderhand gewijzigd.

Indeling

De begane grond is nu één ruimte samen met de aanbouw aan de achterzijde, en fungeert als sociëteit. In 1969 was er nog sprake van een keuken met “schouw met kap en achterwand van witte 18e-eeuwse tegels; aan weerszijden van de schouw wanden van witte en paarsgevlamde tegels.” Die keuken bestaat niet meer. De ruimte is heden in twee delen opgesplitst, het voordeel met de bar en het achterdeel voor lezingen en als dansvloer. Delen van de voormalige achtergevel zijn nog herkenbaar in de afscheiding tussen de voor- en achterruimte.

Van de tussenmuren op de eerste verdieping zijn er slechts enkelen origineel. Tussen deze verdieping en de zolder bevindt zich een 17e-eeuwse spiltrap met dragende stootborden. De spil bezit nog zijn oorspronkelijke peervormige beëindiging. In de voorste beuk zijn in de rechterkamer nog drie 17e-eeuwse balken zichtbaar. Het rookkanaal tegen de zijgevel is bewaard, net als aan de achterzijde. De zolder bestaat uit twee in de lengte gekoppelde zadeldaken met een zakgoot. Van elk van beide daken bestaat de draagconstructie uit de beide kopgevels en een drietal spanten. De zolderruimten zijn in 1995 ingedeeld in studentenkamers.

In verenigingsjaar 2016-2017 vond onder bestuur Brouwer een verbouwing plaats waarbij het bestuur van N.S.U. verhuisde van één kamer aan de voorzijde naar drie kamers aan de achterzijde van het pand: een kamer voor de staf, een kamer voor vergaderingen van besturen en commissies en een kamer die als bestuurskamer fungeert.

N.S.U.

Aan het eind van de jaren tachtig was het pand in gebruik als discotheek. Diverse obscure eigenaars hebben geprobeerd hun geld ermee te verdienen, zonder veel succes. Nadat de laatste eigenaar failliet ging, is het pand een tijd verwaarloosd. Een nieuwe eigenaar kon geen geld bij elkaar krijgen voor een broodnodige restauratie en heeft het daarom weer op de markt aangeboden. De prijs was dermate gunstig dat N.S.U. het in het voorjaar van 1995 kon aankopen.

Na een grondige verbouwing en restauratie is op 2 februari 1996 de officiële opening verricht door de toenmalige Utrechtse burgemeester Opstelten en Rector- Magnificus Van Ginkel. In het verenigingsjaar van 2004-2005 heeft er een grondige verbouwing plaatsgevonden van De Sociëteit. Tijdens deze verbouwing is er een doos-in-doosconstructie geplaatst, waardoor geluid niet meer naar buiten toe kan lekken. De indeling van de sociëteit is tijdens deze verbouwing ook veranderd, waardoor de capaciteit is vergroot. De keuken, die zich in het midden van de sociëteit bevond, is verplaatst naar de voordeel van het pand. Er zijn extra nooddeuren geplaatst. En daarnaast heeft de bar een meer centrale plaats gekregen in het voordeel. In de zomer van 2007 is er een nieuwe bar geplaatst en gebouwd door enkele N.S.U.’ers.

De naam van onze sociëteit is ‘De Sociëteit’. Wanneer verwezen wordt naar die naam dienen zowel lidwoord als zelfstandig naamwoord dus met hoofdletter geschreven te worden.

Stichting Huisvesting N.S.U.

De studentenvereniging N.S.U. is juridisch gezien geen eigenaar van De Sociëteit, maar huurt deze van de Stichting Huisvesting N.S.U (SHNSU). De Stichting wordt gerepresenteerd door haar drie bestuursleden en is opgericht met als enig doel om De Sociëteit te onderhouden voor N.S.U. Ook is de stichting verantwoordelijk voor de verhuur van de studentenkamers op de tweede en derde verdieping van het pand. Op dit moment wonen daar zeven studenten, allen lid van N.S.U.